De Hoofdwacht, Kouter 29-30, Gent
Beschermd monument, 29 november 1943.
De 'Corps de Garde' werd in 1738-1739 gebouwd om er de Oostenrijkse keizerlijke wachttroepen in onder te brengen.
Aanvankelijk deden de schepenen een beroep op meester-metselaar Bernard De Wilde, die ook het Hotel Falligan aan de
overzijde van de Kouter zou ontworpen hebben, maar het uiteindelijke ontwerp werd getekend door meester-timmerman David
't Kindt.
Het is een prachtig voorbeeld van een gebouw dat in Gent de brug vormt tussen de régence en de rococo. De
twee schuin geplaatste cartouches behoren tot de vroegste rocaillemotieven die in de Gentse architectuur voorkomen.
Zoals bij de meeste Gentse rococo-architectuur ligt het hoofdaccent bij de Hoofdwacht op de middenpartij. Het sterk
uitspringend middenrisaliet is afgedekt met een typisch koepelvormig dak. Centraal staat de rondbogige ingangspoort met
aan weerszijden kolossaalpilasters met Corinthisch kapiteel. In het bekronend gebogen fronton komt een bas-reliëf
voor van de Maagd van Gent met het wapenschild van Oostenrijk. Er werd gekozen voor een voorstelling met militaire
inslag, nl. een vrouwenfiguur gezeten naast een kanon en kanonballen. De vensters van de begane grond zijn
segmentbogig, die van de verdieping spiegelbogig. Boven de zijtraveeën verheft zich een attiek en in het
mansardedak prijken twee dakkapellen.
Het hogere aanpalende huis aan de rechterzijde dateert van 1874-1875. In 1899 werd dit huis door de stad aangekocht
om het binnenin samen te smelten met de Hoofdwacht, die reeds sedert 1810 in haar bezit was. Het is stadsarchitect Van
Rijsselberghe die de verbouwing uitvoerde om er de nieuwe Handelsbeurs in te richten.
|